marktonderzoek.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
.

Google
 
Wat wil jij leren?
 
 

 

 

SpaarBron.nl
 

Laatste artikelen
Ik ben deze weblog gestart met het idee om studenten in het HBO en ook wel in het wetenschappelijk onderwijs te helpen bij het uitvoeren van een praktijkgericht onderzoek. Als docent marktonderzoek aan de Hogeschool Windesheim begeleid ik studenten in het doen van onderzoek. Ik zie dat mijn studenten wel weten dat er boeken zijn over onderzoek en ze soms ook wel eens inzien. Maar studenten van deze tijd zijn op zoek naar snelle antwoorden op vragen. Daarnaast willen ze tips waar ze in de praktijk wat aan hebben. Ik hoop daar een invulling aan te geven. Ik verwerk echt niet alle theorie in mijn weblog, daarvoor verwijs ik je naar de vele boeken die er zijn. Ik ben ooit nog eens op zoek naar het boek waar alles in staat. Het is, denk ik, een utopie.

Mis je onderwerpen of zijn zaken onduidelijk, reageer en vraag.

Frank Sturrus
 
PS: een win-win is als je je aanmeld bij de spaarprogramma's die je hiernaast ziet. Zo kan ik de site up-to-date houden..... Klikken op de advertenties is ook goed voor mijn portemonee....
Lees meer...

Opstarten van een onderzoek.

Het opstarten van een onderzoek begint met een probleem of een idee van een opdrachtgever. Dus niet met de vraag van een bureau of student of er nog wat te onderzoeken valt. Nee de opdrachtgever heeft het idee dat zijn omzet daalt, hij wil weten wat de mobiliteit en veranderingsbereidheid is van zijn medewerkers, hij heeft een nieuwe marktkans, wil zijn producten graag beter op zijn afnemers afstemmen, etc.

Om de vraag helder te krijgen is het van belang om door te vragen. Zoals gebruikelijk in sociale vaardigheidstrainingen wordt gebruikt van de methode: actief luisteren, samenvatten en doorvragen. Als je dit voldoende doet kun je je onderzoeksvraag snel duidelijk krijgen.

Bijvoorbeeld: een student komt met een enquête en een (te) kort plan van aanpak. Er staan vragen in over de tevredenheid van de klant over het personeel. Dan is het van belang om te weten waarom deze vraag er in moet. Zijn er klachten over het personeel. Vindt de opdrachtgever zijn personeel niet goed functioneren? Is er een groot verloop in personeel? Is er een hoog ziekteverzuim?

Vragen die je een opdrachtgever kunt stellen, ter verduidelijking van de probleemstelling:

  • Wat is het probleem?
  • Kunt u aangeven wat de reden is van het probleem?
  • Wanneer is het probleem ontstaan?
  • Is er een specifieke aanleiding dat dit probleem nu ontstaan is?
  • Hoe groot is het probleem, kunt u het kwantificeren (uitdrukken in aantallen of bedragen)?
  • Wie zijn er bij dit probleem betrokken of voor wie heeft dit probleem gevolgen?
  • Op welke afdeling speelt dit probleem?
  • Wat denkt u dat de redenen zijn dat dit probleem is ontstaan?

    Neem uitgebreid de tijd om de opdrachtgever te ondervragen. Dit is de basis voor je onderzoek.

Lees meer...

Het formuleren van een probleemstelling en een doelstelling.

Als je weet welk probleem er is bij de opdrachtgever kun je een probleemstelling en een doelstelling formuleren.

In de doelstelling omschrijf je het waarom van het onderzoek. Dus wat gaat de opdrachtgever doen met je onderzoek. Een doelstelling kan vele vormen krijgen. Veelal vraag ik aan studenten om aan te geven wat het product is wat ze opleveren en wat de opdrachtgever daar mee doet. Voorbeelden zijn dan:

Duidelijkheid krijgen in de knelpunten in de cultuur van de organisatie en de mogelijkheden om dit te verbeteren om daarmee de productiviteit te vergroten.

Inzicht krijgen in de ontwikkelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt tussen 2005 en 2010 om daarmee een goede keuze te maken binnen het personeelsbeleid op gebied van instroom.

Middels een onderzoek naar de veranderingsbereid en mobiliteit van basisschoolpersoneel van koepelorganisatie X om de knelpunten op te lossen en daarmee de kwaliteit te vergroten

Elke keer staan wat je oplevert en wat er mee gedaan gaat worden in 1 zin. Maak de doelstelling zo duidelijk mogelijk.

In de probleemstelling omschrijf je het wat van het onderzoek. Dus wat wil de opdrachtgever weten. Let er op dat je dat deels al in je probleemstelling meeneemt. Je probleemstelling is altijd een vraag en eindigt altijd met een vraagteken. Dus geen stelling maar een vraag.

Om de probleemstelling duidelijk te krijgen stel ik regelmatig aan de opdrachtgever de volgende vraag: “kunt u in 1 zin aangeven wat u precies wilt weten”. Vaak krijg je je probleemstelling dan op een presenteerblaadje aangereikt. Als het dan nog wat duidelijk is, probeer dan met de opdrachtgever te brainstormen.

Voorbeelden van probleemstellingen:

Wat zijn de knelpunten in de cultuur van de organisatie en welke mogelijkheden kan de organisatie benutten om de productiviteit te vergroten?

Wat zijn de ontwikkelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt tussen 2005 en 2010 en op welke kan het personeelsbeleid van bedrijf X daar op inspelen?

In welke mate is het basisschoolpersoneel van koepelorganisatie X veranderingsbereid en hoe groot is hun mobiliteit en hoe kan die vergroot en verbeterd worden om de kwaliteit van het onderwijs te vergroten?

Je ziet dat de probleemstelling redelijk gelijk is met de doelstelling.

Als je je probleemstelling en doelstelling duidelijk hebt ga je eerst een theoretisch kader maken. Daar baseer je je deelvragen op.

 

 

 

 

 

 

Lees meer...

Maken van een theoretisch kader/model

Ik zie veel studenten starten met een onderzoek en dan gewoon maar doen. Dus niet eerst nadenken, maar gewoon starten met interviews of deskresearch of enquêtes. Maar hoe weet je dan dat je compleet bent, hoe zorg je dat je niet onderwerpen vergeet in je enquête of in je interview.

Als je bijvoorbeeld wilt hoe klanten de garantie beoordelen, moet je gaan nadenken wat je kan beoordelen: de reactietijd, de aangeboden oplossing, de klantvriendelijkheid, de bereikbaarheid van de afdeling, de wachttijd aan de telefoon, etc.

Om dit op te vangen, maak ik altijd een model/mindmap/schema/visgraad, etc. Daarmee krijg je goed in beeld wat er bij een onderwerp hoort.

Een voorbeeld hiervan tref je hieronder aan. Het centrale begrip staat in het midden en de rest van de begrippen staan er om heen.

 

Nu is het ook veel gemakkelijker om je deelvragen te formuleren. Die kan je namelijk halen uit de eerste cirkel rondom je centrale begrip. Bijvoorbeeld:

  • Wat zijn de fysieke gevolgen van stress bij de medewerkers op afdeling X
  • Wat zijn de psychische gevolgen van stress bij de medewerkers op afdeling X
  • Wat zijn de oorzaken van stress bij de medewerkers op afdeling X
  • Wie kan de stress beïnvloeden
  • Wat zijn de theorieën rondom behandeling van stress
  • Welke behandeling sluit het beste aan bij de medewerkers van afdeling X
Samen geven al deze vragen antwoord op de vraagstelling: In welke mate hebben medewerkers van afdeling X stress en hoe kan dat zo goed mogelijk tegen gegaan worden?
 
Je ziet dat de antwoorden op alle deelvragen samen, antwoord geven op de hoofdvraag/probleemstelling. Dat is ook belangrijk, want als je een deel mist, kun je ook geen volledig antwoord geven.
 

Om te komen tot een bovenstaand model is deskresearch essentieel.

Lees meer...

Bestaande onderzoeksgegevens zoeken (deskresearch)

Om je model te maken, maar ook om daarnaast theoretische antwoorden te geven of een enquête te kunnen samenstellen is deskresearch nodig. Het is belangrijk dat je dat zo zorgvuldig mogelijk doet. Het gebruik van deskresearch is best lastig, maar als je weet hoe je het moet aanpakken dan moet je een eind kunnen komen. 

Er zijn vele organisaties die onderzoek doen en hun verslagen openbaar maken, denk aan:

  • CBS
  • KvK
  • EIM
  • EVD
  • Banken, o.a Rabobank cijfers en trends
  • Brancheorganisaties
  • CPB
  • Raad voor werk en inkomen.
  • Ministeries
  • Onderzoeksbureaus
  • Specialisten in een vakgebied hebben vaak ook een site…
  • En zo nog veel meer.

Wil je gebruik maken van wetenschappelijke artikelen dan is www.scholar.google.com  een absolute aanrader. Zo kom je in heel wat wetenschappelijke artikelen terecht. Daarnaast hebben hogescholen  en universiteiten vaak hun databanken, waar je op terecht kan. Daarnaast is er ook nog de HBO-kennisbank: http://www.hbo-kennisbank.nl/nl/page/page.view/hbo_about.page

 

Dan is het de vraag welke informatie moet je gebruiken. Zoek eerst alle informatie op die je bovengenoemde bronnen kan vinden. Gebruik goede zoektermen en gebruik verschillende synoniemen, afkortingen, vergelijkbare termen, etc. Je krijgt dan vanzelf een aantal rapporten of onderzoeken te zien.

Kijk dan vooral in de bronnenlijst van deze documenten, want je hebt zo weer een heel aantal nieuwe bronnen te pakken! Een ideale manier om snel het eea te vinden.

Nadat je alle informatie gevonden hebt kun je je model completer maken, een goede basis hebben voor je theoretische onderbouwing van je rapport of een goede basis voor een vragenlijst. Na het lezen van je informatie ga je voor jezelf schiften wat wel of niet bruikbaar is.

 

LET OP: leg elke pagina vast waar je iets gevonden hebt. Doe aan goede bronvermelding. Er is in 2011 een minister in Duitsland ontslagen omdat hij daar vroeger mee gerommeld heeft!!!!

 

Lees meer...

Onderzoeksmethode

Als je weet wat je moet weten (zie je model en je deelvragen), is de vraag aanwezig hoe je dat te weten wilt komen. Er zijn vele methode te bedenken. Maar wat is nu de juiste methode? De juiste methode is die methode die antwoord geeft op je deelvragen en de punten in je model.

Bij fysiologische aspecten van stress, moet je mensen een medisch onderzoek laten ondergaan. Als je psychologische aspecten wilt meten, moet je een vragenlijst laten invullen of een interview afnemen. Wil je iets weten over de theoretische achtergronden van stress, moet je deskresearch gaan doen.

Je past je methode dus aan, aan dat wat je wilt weten. Vaak gebruik je heel veel methodes naast elkaar.

Kortweg gezegd kan je kiezen uit verschillende methodes:

 

  • Vragenlijst/enquête
  • Interview
  • Groepsdiscussie
  • Observatie
  • Deskresearch

     

    De keuze is aan jou. Stem dit wel goed af met je opdrachtgever, want de keuze voor een methode bepaald veel van het eindresultaat en de kosten. Belangrijk dus om een juiste keuze te maken.

    Daarnaast is ook de volgorde van belang. Kijk naar je planning, bepaal wat je eerst nodig hebt en hoe lang elk van de methodes gaat duren.

Lees meer...

Berekenen steekproefgrootte / steekproefomvang

 
Als je dan je onderzoeksmodel, theoretisch kader en hoofd- en deelvragen hebt geformuleerd en je hebt bepaald dat je een vragenlijst/enquetes gaat afnemen komt een belangrijke vraag die studenten mij dan regelmatig stellen. En dat is: hoeveel respondenten (het aantal teruggekomen enquetes) moet ik hebben? Dat hangt van een aantal factoren af: 
  • Grootte van de populatie
  • Betrouwbaarheid
  • Nauwkeurigheid of foutmarge
  • Budget
  • Tijd in verhouding tot de bereikbaarheid van de doelgroep
Bij de berekening moet je onderscheid maken tussen een steekproef uit een eindigde populatie (zeg maar tot de 20.000 eenheden/mensen) en uit een oneindigende populatie (vanaf ongeveer 20.000 mensen).  

De formule voor een steekproef waarbij de populatie eindig is;

n>= N x z² x p(1-p) 

        z² x p(1-p) + (N-1) x F²
 
De formule voor een steekproef waarbij de populatie oneindig is;

n>=              z² x p(1-p) 

                           F²
 
De uitkomst van bovengenoemde berekening geeft dus aan hoeveel vragenlijsten je van respondenten minimaal terug moet hebben.
 

Hierbij is:

n =       het aantal benodigde respondenten. Altijd naar boven afronden

z =       de standaardafwijking bij een bepaald betrouwbaarheids%. Dus 1,96 bij 95% betrouwbaarheid. Deze wordt heel vaak gebruikt. Zie voor andere getallen de boeken statistiek.

N =      de grootte van de populatie

p =       de kans dat iemand een bepaald antwoord geeft (in de meeste gevallen 50%)

f =        de foutmarge vaak wordt hierbij 3%, 5% of 7%.
 

Een goede link waar je het aantal enquêtes kan berekenen is: http://www.journalinks.be/steekproef/

Je kan hier invullen wat je populatie is, wat je gewenste betrouwbaarheid en nauwkeurigheid is en je ziet direct hoeveel vragenlijsten je terug moet hebben. Op deze site kan je ook terugrekenen. Dus hoe groot is de betrouwbaarheid bij een bepaald aantal verkregen respondenten.
 
Na berekening weet je hoeveel respondenten je nodig hebt. Je dient wel te bepalen of daar budget voor is om die respondenten te krijgen. Dit is grotendeels afhankelijk van de dataverzamelingsmethode.
Bij een enquête per post ben je namelijk meer geld kwijt dan dat je als student de enquêtes persoonlijk afneemt. Moet je mensen inhuren, dan is dat natuurlijk veel duurder.
De methode die nu het snelste is, is om je enquête via internet te laten invullen. Een gratis website voor studenten is: www.thesistools.com. Iedereen kan dit gebruiken ook als je niet handig bent met ICT.
 
Daarnaast is het van belang om te bepalen is mijn populatie wel bereikbaar. Als de populatie moeilijk bereikbaar is dan kost dat meer tijd om het aantal benodigde respondenten binnen te krijgen. Op deze momenten kan het zinvol zijn om het aantal benodigde respondenten terug te brengen. Wel dient er een herberekening van de betrouwbaarheid en de foutmarge plaats te vinden. Dus reken vanuit het aantal respondenten hoe groot de betrouwbaarheid en de foutmarge is.
 
Een aantal tips om aan je respondenten te komen (afhankelijk van je populatie):
  • Lijst met gegevens van de opdrachtgever.
  • Lijsten van KVK die je kunt kopen
  • Zelf bedrijven verzamelen via bijvoorbeeld http://www.abconline.nl/
  • Mensen uitnodigen via weblogs, marktplaats, etc.
  • Banners plaatsen op websites die de populatie bezoekt
  • Lijsten van gespecialiseerde bedrijven kopen
PS: een win-win is als je je aanmeld bij de spaarprogramma's die je hiernaast ziet. Zo kan ik de site up-to-date houden..... Klikken op de advertenties is ook goed voor mijn portemonee....
Lees meer...

Maken van een onderzoeksplan

 
Het resultaat van alle voorgaande weblogs verwerk je in een onderzoeksplan.

Veel onderzoeken starten zonder vooraf na te denken over het hoe en waarom van het onderzoek.

Zelf werk ik altijd met een projectplan gericht op onderzoek. Daarin komt alle informatie te staan over de aanleiding van het onderzoek, de onderzoeksvraag/probleemstelling, een theoretisch model ter verduidelijking van de deelvragen, kenmerken van de populatie en de uitvoering van het onderzoek. Bij de uitvoering moet je denken aan desk of fieldresearch, maar ook over de vorm van fieldresearch (telefonisch, schriftelijk, mondeling). Geef een argumentatie waarom je voor een methode kiest. Je beschrijft je hoe je dat in praktijk wilt doen, oftewel hoe voer je het onderzoek uit (langs brengen en later ophalen, of persoonlijk afnemen, etc, etc). Op welke dagen van de week voer je het onderzoek uit en zijn er bijzondere omstandigheden tijdens het onderzoek. Geef daarbij ook de exacte locatie aan indien dat van toepassing is (binnen of buiten een winkel, waar in de winkel).

Hoe gedetailleerder dit onderzoeksplan is des te beter je voorbereiding op je onderzoek. Daarnaast kom je achteraf veel minder voor verrassingen te staan. Je kunt daarmee voorkomen dat achteraf je onderzoeksmethode onjuist is geweest.

De inhoud van een onderzoeksplan zijn:

 

  • inleiding
  • doelstelling en probleemstelling
  • theoretische model
  • deelvragen
  • uitwerking van je onderzoeksmethode per te onderzoeke deel
  • aspecten waar rekening mee gehouden moet worden (specifieke situaties, berekeningen van je steekproef, etc.)
  • planning
  • bronnenlijst

Zoals je ziet komen een aantal onderdelen die hier eerder zijn uitgewerkt in terug.

Lees meer...

Opzetten van een enquête

Als je een enquête gaat uitzetten is het belangrijk om je vragen goed te formuleren. Dat is niet makkelijk. Je kunt geen enquête opzetten zonder een goed plan van aanpak en theoretisch model.

Hieronder volgen hier een aantal tips, waar een vragenlijst aan moet voldoen:

  • Begin je enquête met een goede titel die de naam dekt.
  • Verwerk het logo van de opdrachtgever en van de uitvoerder op de enquête.
  • Zet onder je titel een korte inleiding met daarin de opdrachtgever, de uitvoerders, het doel van de enquête, de waarborging van de anonimiteit en de duur van de enquête. Bij grote enquêtes kun je ook werken met een voorblad waar dit op staat.
  • Geef daarbij niet aan dat je onderzoek MOET doen, maar dat je onderzoek doet.

Stel jezelf de volgende controlevragen als je de vragen hebt gemaakt:

  • Zitten er vragen in die niets bijdragen aan een antwoord op de deelvragen (muv de persoonlijke kenmerken)?
  • Zijn alle deelvragen die je wilt beantwoorden met de enquête te beantwoorden met deze enquêtevragen?
  • Kunnen alle respondenten antwoord geven op deze vraag?
  • Zijn de antwoordcategorieën extreem genoeg, zodat iedereen een antwoord kan geven?
  • Geef je aan hoeveel antwoorden er mogelijk zijn?
  • Zijn de vragen specifiek gemaakt? Denk daarbij aan het voorbeeld over het personeel. Gaat het om personeel in het algemeen of om de deskundigheid, klantvriendelijkheid, behulpzaamheid, snelheid, voorkomen, etc.
  • Heb je open vragen gebruikt als je een meer vrije mening wil hebben van de respondent en halfopen of gesloten vragen als je meer wilt sturen in de antwoorden.
  • Staan de vragen in de goede volgorde?
  • Staan de vragen die bij elkaar horen ook bij elkaar? Bijvoorbeeld vragen over parkeergelegenheid bij de bereikbaarheid en niet bij de garantie?
  • Staan er geen twee vragen in 1 vraag?
  • Als je 1 antwoord mag geven, kan je dan ook maar 1 antwoord geven?
  • Als je met % werkt (bijv. verdeel je tijd die je werkt in de volgende onderdelen), zorg er dan voor dat je totaal op 100% uitkomt en niet op meer of minder.
  • Als je meerdere antwoorden kan geven en je vult nee, zorgt het systeem er dan voor dat je de andere antwoorden niet meer kan geven.
  • Denk aan de routing van je vragenlijst, als je een deel niet hoeft in te vullen, zorg dan bij een digitale vragenlijst dat je die vragen ook niet kan invullen.Is de zin in normaal Nederlands geformuleerd? Gebruik je overal vraagtekens en begin je elke zin met een hoofdletter? Zet je de punten en komma’s goed?
  • Oogt de enquête goed? Denk daarbij dat de antwoordcategorieën mooi op 1 lijn staan. Dat het niet te propperig staat.
  • Bedank de respondent aan het einde van de enquête.

Laat de enquête ALTIJD door iemand anders lezen. Die haalt er vaak nog wat fouten uit.

Zet je de enquête digitaal uit, voer dan zelf een monkey test uit. Maak rare combinaties en test of de vragenlijst aan al deze zaken voldoet.

Doe eerst een korte testenquête. Laat vier potentiële respondenten de enquête invullen voor spek en bonen en bespreek met hun de enquête.

Lees meer...

Uitvoeren van een enquête

Bij het uitvoeren van een enquête is het belangrijk om bepaalde regels in acht te nemen.

Waar ga je de enquête houden?

Bij onderzoek naar de tevredenheid over klanten is de keuze van belang waar je gaat staan. Sta je in de winkel bij de koffiehoek, kun je mensen een kopje koffie aanbieden. Een klant is eerder geneigd om mee te doen. Niet altijd is duidelijk of de klant ook daadwerkelijk een koper is. Hij kan ook een kijker zijn die niets koopt.

Om zeker te weten dat je een koper hebt, kun je na de kassa je plaats innemen en mensen vragen om de enquête in te vullen. Niet iedereen wil op dat moment meewerken omdat ze haast hebben om te vertrekken.

Bij onderzoek inzake het imago van een winkel, is het juist slim om niet in of bij de winkel te gaan staan. De respondent kan beïnvloed worden door het feit dat hij daar klant is of vlak voor de winkel staat. De respondent dient onbevangen te zijn.

Hoe vraag je mensen? Welke zin gebruik je om mensen mee te laten werken? 

Kies een standaardzin die je bij elke respondent gebruikt. Wissel niet. Probeer van te voren uit welke zin het beste werkt. Straal vertrouwen uit en wek de indruk dat het invullen van de enquête echt nodig is. Lok mensen niet met een incentive, dat hoort niet de reden te zijn om mee te doen.  

Wat straal je uit?

Om voldoende respondenten te krijgen en een goede vertegenwoordiger te zijn namens de opleiding of namens de opdrachtgever zorg je dat je er representatief uitziet. Je hebt een professionele uitstraling.  

Wie spreek je aan oftewel de steekproefmethode?

Er zijn verschillende manieren om mensen aan te spreken.

  • Willekeurig: iedereen kan aangesproken worden. 
  • Systematisch: elke derde die langs de kassa komt.
  • Quota: je wilt van elke groep die voorkomt in je populatie een bepaald aantal respondenten hebben om representatief te zijn. Als de groep vol is, wordt de enquête niet meer door iemand uit die groep ingevuld.  
     

Welke materialen gebruik je?

Het mooiste is om harde mappen te gebruiken zodat de klant de enquête makkelijk kan invullen. Zorg dat er voldoende pennen zijn (met logo van de opdrachtgever) om de enquête door iedereen te laten invullen. Indien mogelijk zorg voor een sta-tafel waarop geschreven kan worden.

Zorg dat er voldoende enquêtes zijn. Beter te veel dan een paar te weinig.

Kijk als een enquête ingevuld is of de enquête compleet is ingevuld. Vraag anders of de respondent de andere vragen ook in wil vullen.

Gebruik een doos waarin de ingevulde enquêtes worden gestopt. Zorg dat de enquêtes anoniem blijven.

Indien het nodig is om naam en adresgegevens op te vragen, bijvoorbeeld om een cadeau te verloten, doe dat dan op een apart strookje, zodat de anonimiteit gewaarborgd blijft.

Welke dag en moment voer je het onderzoek uit?

Het is belangrijk om de juiste dag en het juiste moment te kiezen. Het juiste moment is dat moment waarop je een goede afspiegeling krijgt van de populatie. In een supermarkt komen de meeste mannen op zaterdag en niet doordeweeks.

Op vrijdagmiddag en maandagmorgen zijn de meeste mensen niet in de mood om een medewerkerstevredenheidsonderzoek in te vullen. Vlak voor kerst is ook geen goed moment. Daarnaast is het ook geen slim moment als de directie een bericht heeft gestuurd die van invloed kan zijn op de medewerkerstevredenheid.

Kies dus het juiste moment.  

Bij wie leveren ze de enquêtes weer in?

De enquête inleveren is een keuze op zich. Bij een klanttevredenheid kan de enquête direct weer ingeleverd worden bij de enquêteur. Bij de een medewerkerstevredenheidsonderzoek is het zinvol om een aparte (goed af te sluiten) bus neer te zetten waar de enquêtes in gedeponeerd kunnen worden. De bus dient op een centrale zichtlocatie geplaatst te worden om de respons te vergroten. Laat de enquête nooit inleveren bij de leidinggevende.

Bij digitale enquêtes is het makkelijk, daar hoeft die niet ingeleverd te worden, daar worden de gegevens direct opgeslagen.

Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl