marktonderzoek.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
.

Google
 
Wat wil jij leren?
 
 

 

 

SpaarBron.nl
 

Laatste artikelen
Dataverwerking in SPSS

Hierbij wat tips voor het verwerken van de enquêtes.

Zet eerst de vragen in de Variable view en doe dat voordat je de enquête gaat houden. Let op:

  • Hoofdletters, in vragen en antwoorden,
  • Measures goed plaatsen: Nominal voor als er geen rangorde is, ordinal als er rangorde zit in de antwoorden, als de antwoorden ook nog eens gemiddeld kunnen worden en er komt een waardevol uitkomst is het scale.
  • Verwerk de enquêtes met z’n tweeën waarbij de ene persoon de antwoorden voorleest en de ander de antwoorden verwerkt in SPSS.
  • Nummer de papieren enquêtes met het nummer van de case (de rij in SPSS).
  • Je kunt het bestand door twee verschillende teams laten invullen en vervolgens de antwoorden samenvoegen (merge files). Dat kan alleen als de vragen en antwoordcategorieën hetzelfde zijn.

Verwerken van open vragen

Als je een open vragen hebt in je enquête moet je de resultaten ook verwerken in je onderzoeksverslag. De open vragen geven veel meerwaarde. Je krijgt de mening van je respondenten zonder dat je sturing geeft aan de antwoorden. Er komen vaak leuke ideeën uit open vragen over bijvoorbeeld de verbetering van de service of dienstverlening. Maar hoe verwerk je een open vraag goed?

In SPSS heb je voor een open vraag een variabele gemaakt. In de dataview moet je deze gegevens vervolgens verwerken.

Zorg er voor dat de antwoorden kort en krachtig samengevat worden in 1 of 2 steekwoorden of een hele korte zin. (lange zinnen worden slecht gelezen door de lezer).

 

 

Zorg er voor dat waardes die sterk op elkaar lijken op gelijke wijze worden ingevuld. (we noemen dat met een mooi woord “rubriceren”). Hiermee voorkom je een waslijst van gelijksoortige antwoorden en krijg je een beperkte lijst die veel bruikbaarder is. Let er dan wel op dat je de antwoorden dan op exact dezelfde wijze het schrijft. SPSS herkent twee woorden die hetzelfde zijn, maar anders geschreven zijn als twee uitkomsten. Oftewel "goed" en "Goed" zijn twee uitkomsten.

Als alle antwoorden verwerkt zijn dan moet je een analyse maken in SPSS. Gebruik "Analyse" => "Descriptive Statistics" en daarna "Frequencies". De tabel geeft de waardes aan. Kijk of er dubbelen in staan en verwijder die.

In de tabel die er vervolgens uitkomt verwijder je de percentages en de mensen die geen antwoord hebben gegeven. Het resultaat is een tabel zonder totalen en met alleen de genoemde antwoorden en het aantal keren dat het antwoord gegeven is.

Dataverwerking gesloten vragen

Er zijn bedrijven die vragenlijsten inscannen en de ingevulde enquêtes voor je verwerken. Je krijgt dan een SPSS-bestand als output.

 

 

Lees meer...

Datacontrole in SPSS

Het is zinvol om een controle te doen op de data in SPSS. Denk daarbij dat fouten in het verwerken van enquêtes snel gemaakt zijn.

Controleer door overal een frequentietabel van te maken of er geen waardes in staan die niet gecodeerd zijn. Bijvoorbeeld: een frequentietabel van de variabele geslacht staat: man, vrouw en een 3. Die laatste is waarschijnlijk verkeerd ingetypt.

Ook kan het zinvol zijn om grote uitschieters te controleren. Als blijkt dat de schoenmaat van iemand 52 is, kan het slim zijn om deze te controleren. Past dit bij de betrokken persoon. Als het bijvoorbeeld bij iemand van 12 jaar hioort lijkt het logisch dat het is omgedraaid.

Check vervolgens de enquête van deze persoon altijd. Verander het antwoord niet zomaar, maar controleer dit, door de betreffende enquête er bij te zoeken. Als het goed is heb je het nummer van de case (de rij in SPSS) vermeld op de enquête.

Lees meer...

Maken van grafieken en tabellen in SPSS

Om een onderzoeksverslag duidelijk te laten zijn is het gebruik van grafieken en tabellen noodzakelijk. Een tabel of grafiek geeft snel inzicht in de resultaten van een onderzoek.

De vraag is dan, welke tabellen en grafieken heb ik nodig:

  • Per enquêtevraag een tabel of grafiek. Een pie geeft mij persoonlijk de meeste informatie. Gestapelde staafdiagram is minder inzichtelijk.
  • Kruistabellen wanneer deze toegevoegde waarde opleveren. Dat is wanneer de opdrachtgever bepaalde verbanden wil zien. Hij heeft bepaalde hypotheses gesteld en wil toetsen of dat zo is. Daarnaast kun je door zelf verbanden te leggen zien of er grote verschillen zijn tussen de ene groep en de andere groep.

Eisen aan grafieken en tabellen:

  • Gebruik geen extra lagen in een tabel of grafiek. Dit geeft meer verwarring dan dat het overzichtelijk is.
  • Helemaal Engels of Nederlandstalig.
  • Duidelijk weergave van percentage of aantal.
  • Rond percentages af op hele getallen. Je voorkomt hiermee schijnnauwkeurigheid.
  • Zorg dat het totaal altijd 100% is. Door afronding kun je boven of onder de 100% uitkomen.
  • Zorg dat de grafieken de goede vorm heeft.
  • Gebruik maar 1 of twee soorten grafieken. Hiermee voorkom je dat het er onprofessioneel uitziet.
  • Nummer de tabellen en grafieken en geef ze een titel.

Gebruik steeds dezelfde kleuren voor hetzelfde antwoord. Teveel rare kleurencombinaties is niet professioneel. Verwijs in de tekst ook altijd naar een tabel. Een tabel waar niet naar wordt verwezen staat er doelloos bij.

Lees meer...

Maken van een theoretisch kader/model

Ik zie veel studenten starten met een onderzoek en dan gewoon maar doen. Dus niet eerst nadenken, maar gewoon starten met interviews of deskresearch of enquêtes. Maar hoe weet je da dat je compleet bent, hoe zorg je dat je niet onderwerpen vergeet in je enquête of in je interview. Als je bijvoorbeeld wilt hoe klanten de garantie beoordelen, moet je gaan nadenken wat je kan beoordelen: de reactietijd, de aangeboden oplossing, de klantvriendelijkheid, de bereikbaarheid van de afdeling, de wachttijd aan de telefoon, etc.

Om dit op te vangen, maak ik altijd een model/mindmap/schema/visgraad, etc. Daarmee krijg je goed in beeld wat er bij een onderwerp hoort.

Een voorbeeld hiervan tref je hieronder aan. Het centrale begrip staat in het midden en de rest van de begrippen staan er om heen.

Nu is het ook veel gemakkelijker om je deelvragen te formuleren. Die kan je namelijk halen uit de eerste cirkel rondom je centrale begrip. Bijvoorbeeld:

 

  • Wat zijn de fysieke gevolgen van stress bij de medewerkers op afdeling X
  • Wat zijn de psychische gevolgen van stress bij de medewerkers op afdeling X
  •  Wat zijn de oorzaken van stress bij de medewerkers op afdeling X
  •  Wie kan de stress beïnvloeden 
  •  Wat zijn de theorieën rondom behandeling van stress 
  •  Welke behandeling sluit het beste aan bij de medewerkers van afdeling X

    Samen geven al deze vragen antwoord op de vraagstelling: In welke mate hebben medewerkers van afdeling X stress en hoe kan dat zo goed mogelijk tegen gegaan worden?

    Je ziet dat de antwoorden op alle deelvragen samen, antwoord geven op de hoofdvraag/probleemstelling. Dat is ook belangrijk, want als je een deel mist, kun je ook geen volledig antwoord geven op je hoofdvraag.

Om te komen tot een bovenstaand model is deskresearch essentieel.

 

 

Lees meer...

Het formuleren van een probleemstelling en een doelstelling.

Als je weet welk probleem er is bij de opdrachtgever kun je een probleemstelling en een doelstelling formuleren.

In de doelstelling omschrijf je het waarom van het onderzoek. Dus wat gaat de opdrachtgever doen met je onderzoek. Een doelstelling kan vele vormen krijgen. Veelal vraag ik aan studenten om aan te geven wat het product is wat ze opleveren en wat de opdrachtgever daar mee doet. Voorbeelden zijn dan:

  • Duidelijkheid krijgen in de knelpunten in de cultuur van de organisatie en de mogelijkheden om dit te verbeteren om daarmee de productiviteit te vergroten.
  • Inzicht krijgen in de ontwikkelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt tussen 2005 en 2010 om daarmee een goede keuze te maken binnen het personeelsbeleid op gebied van instroom.

Middels een onderzoek naar de veranderingsbereid en mobiliteit van basisschoolpersoneel van koepelorganisatie X om de knelpunten op te lossen en daarmee de kwaliteit te vergroten

Elke keer staan wat je oplevert en wat er mee gedaan gaat worden in 1 zin. Maak de doelstelling zo duidelijk mogelijk.

In de probleemstelling omschrijf je het wat van het onderzoek. Dus wat wil de opdrachtgever weten. Let er op dat je dat deels al in je probleemstelling meeneemt. Je probleemstelling is altijd een vraag en eindigt altijd met een vraagteken. Dus geen stelling maar een vraag.

Om de probleemstelling duidelijk te krijgen stel ik regelmatig aan de opdrachtgever de volgende vraag: “kunt u in 1 zin aangeven wat u precies wilt weten”. Vaak krijg je je probleemstelling dan op een presenteerblaadje aangereikt. Als het dan nog wat duidelijk is, probeer dan met de opdrachtgever te brainstormen.

Voorbeelden van probleemstellingen:

  • Wat zijn de knelpunten in de cultuur van de organisatie en welke mogelijkheden kan de organisatie benutten om de productiviteit te vergroten? 
  •  Wat zijn de ontwikkelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt tussen 2005 en 2010 en op welke kan het personeelsbeleid van bedrijf X daar op inspelen?

 In welke mate is het basisschoolpersoneel van koepelorganisatie X veranderingsbereid en hoe groot is hun mobiliteit en hoe kan die vergroot en verbeterd worden om de kwaliteit van het onderwijs te vergroten?

Je ziet dat de probleemstelling redelijk gelijk is met de doelstelling.

Als je je probleemstelling en doelstelling duidelijk hebt ga je eerst een theoretisch kader maken. Daar baseer je je deelvragen op. Dus niet nu al deelvragen maken!

 

Lees meer...

Steekproefgrootte
Een belangrijke vraag die studenten mij regelmatig stellen. Hoeveel respondenten moet ik hebben? Dat hangt van een aantal factoren af: 

·        Grootte van de populatie
·        Betrouwbaarheid
·        Nauwkeurigheid of foutmarge
·        Budget
·        Tijd in verhouding tot de bereikbaarheid van de doelgroep
 
Je kunt onderscheid maken tussen een steekproef uit een eindigde populatie en uit een oneindigende populatie.

De formule voor een steekproef waarbij de populatie eindig is;

n>= N x z² x p(1-p) 

        z² x p(1-p) + (N-1) x F²

De formule voor een steekproef waarbij de populatie oneindig is;

n>=              z² x p(1-p) 

                           F²

De uitkomst van bovengenoemde berekening geeft dus aan hoeveel respondenten je minimaal terug moet hebben..

Hierbij is:

n =       het aantal benodigde respondenten. Altijd naar boven afronden
 z =       de standaardafwijking bij een bepaald betrouwbaarheids%. Dus 1,96 bij 95% betrouwbaarheid. Deze wordt bijna altijd gebruikt. Zie voor andere getallen de boeken statistiek.
 N =      de grootte van de populatie
 p =       de kans dat iemand een bepaald antwoord geeft (in de meeste gevallen 50%)
 f =        de foutmarge vaak wordt hierbij 3%, 5% of 7%.
Een goede link waar je het aantal enquêtes kan berekenen is: http://www.journalinks.be/steekproef/
 
Op deze site kan je ook terugrekenen. Dus hoe groot is de betrouwbaarheid bij een bepaald aantal verkregen respondenten.

Na berekening weet je hoeveel respondenten je nodig hebt. Je dient wel te bepalen of daar budget voor is om die respondenten te krijgen. Dit is grotendeels afhankelijk van de onderzoeksmethode. Bij een enquête per post ben je namelijk meer geld kwijt dan dat je als student de enquêtes persoonlijk afneemt.

Daarnaast is het van belang om te bepalen is mijn populatie wel bereikbaar. Als de populatie moeilijk bereikbaar is dan kost dat meer tijd om het aantal benodigde respondenten binnen te krijgen.
 
 Op deze momenten kan het zinvol zijn om het aantal benodigde respondenten terug te brengen. Wel dient er een herberekening van de betrouwbaarheid en de foutmarge plaats te vinden. Dus reken vanuit het aantal respondenten hoe groot de betrouwbaarheid en de foutmarge is.
 
PS: een win-win is als je je aanmeld bij de spaarprogramma's die je hiernaast ziet. Zo kan ik de site up-to-date houden..... Klikken op de advertenties is ook goed voor mijn portemonee....
Lees meer...   (81 reacties)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl